|
Kettelen |
|
|
Ervaringsniveau techniek: |
gevorderd
|
|
Benodigdheden: |
kettelstiften en/of nietstiften, kralen (en eventueel bedels),
slotje |
|
Gereedschap: |
rondbektangetje, kniptangetje, eventueel platbektangetje |
| |
Kettelen is een veel
gebruikte techniek, die wel wat behendigheid en ervaring vergt.
Je gebruikt korte
staafjes van metaal, die kant en klaar te krijgen zijn, de
zogenaamde kettel- en nietstiften. Kettelstiften hebben al 1 oogje.
Nietstiften hebben een stoppertje op het eind. Deze is maar aan 1
kant te bevestigen aan iets.
Om een ketting aan
elkaar te kettelen gebruik je voornamelijk de kettelstiften. Je
rijgt een kraal aan een kettelstift en zorgt dat je ongeveer 1 cm
overhoudt om een oogje van te buigen. Is je staafje te lang, knip
deze dan af. Dan buig je daar met een rondbektangetje een oogje aan.
Aan dat oogje maak je het volgende staafje. Je buigt het oogje open,
haakt het erin en daarna knijp je dat oogje weer dicht. Zo werk je
de hele ketting af tot je de gewenste lengte hebt.
Om de ketting wat
losser te maken, zodat het wat soepeler beweegt, kan je een ringetje
bevestigen tussen de kettelstiftjes. Deze ringetjes (ook el montage
ringetjes genoemd) kun je kant en klaar kopen in verschillende maten.
het mooist is om een ringetje te kiezen dat niet veel groter is dan
de oogjes die je gemaakt hebt.
De ringetjes bevestig
je als volgt: je pakt het ringetje vast met 2 tangetjes, de platbek
en rondbek, en buigt de uiteinden in tegengestelde beweging van
elkaar af. Let op: dus niet naar buiten buigen! Dan worden de
ringetjes ovaal en krijg je ze nooit meer mooi rond. Als je ze in
tegengestelde beweging van elkaar af beweegt, dan behoud je de ronde
vorm. Als je de ringetjes dichtmaakt, doe je precies hetzelfde, maar
dan de andere kant op. Zorg dat de uiteinden precies op elkaar
aansluiten, zodat er geen ruimte ontstaat waar iets tussendoor kan.
Anders zou je iets kunnen verliezen. Eventuele bedels of
hangers bevestig je ook met zo'n ringetje.
|